Onthulling straatnaambord verzetsheld Dirk F. van den Dool uit Nieuwerkerk
Op 4 mei 2026, werd het straatnaambord van verzetsheld D.F. van den Dool onthuld door zijn familie (zijn zoon en twee dochters): het D.F. van den Doolpad. Een plek waar zijn naam tot nu toe niet werd genoemd, waar zijn verhaal niet vanzelfsprekend werd doorverteld.
Tot vandaag
Met dit pad geven we zijn naam een plaats in Nieuwerkerk. We eren niet alleen de verzetsman, maar ook de echtgenoot, de vader, de gelovige man die in zijn laatste brief opriep tot vergeving. We eren het gezin dat hem nooit meer terugzag, maar zijn herinnering droeg door de donkerste jaren heen. En we eren de vrijheid waarvoor hij zijn leven gaf, een vrijheid die wij vandaag als vanzelfsprekend ervaren, maar die dat nooit mag worden.
Laat dit Van den Dool pad een uitnodiging zijn om te blijven lopen in zijn geest: met moed, met menselijkheid, en met de overtuiging dat vrijheid nooit zonder offers komt. Dat wij zijn verhaal blijven vertellen. Dat wij zijn voorbeeld blijven zien. En dat wij nooit vergeten waarvoor hij stond.
Speech burgemeester Weber - 4 mei 2026
Vandaag markeren we een bijzonder moment. Een pad kreeg een naam, maar die naam staat niet op zichzelf. Hij draagt een verhaal met zich mee; het verhaal van iemand die zelf een pad heeft gebaand voor onze vrijheid.
Want het verhaal achter deze naam is er één van moed, van keuzes maken op momenten waarop de meeste mensen zouden aarzelen. Het is het verhaal van iemand die, 81 jaar geleden, niet het veilige pad koos, maar het moeilijke; het pad van verzet. Een pad dat hij niet voor zichzelf bewandelde, maar voor anderen. Voor vrijheid, voor rechtvaardigheid, voor een toekomst die hij zelf niet meer zou meemaken, maar waar wij vandaag wél in mogen leven.
We hebben het hier over … Dirk van den Dool.
In de donkere jaren van de Tweede Wereldoorlog werden gewone mensen zoals u en ik geconfronteerd met omstandigheden die zo uitzonderlijk waren, dat wij ons er vandaag nauwelijks een voorstelling van kunnen maken. Het waren jaren waarin keuzes nooit vanzelfsprekend waren en waarin elke daad van verzet gepaard ging met grote persoonlijke risico’s.
Dirk Floris van den Dool maakte in die tijd deel uit van het verzet. Daarmee stond hij voor waarden als moed, betrokkenheid en bereidheid om niet weg te kijken in tijden van groot onrecht.
Nieuwerkerker Dirk van den Dool was niet alleen een verzetsman, maar ook een vader van acht kinderen. Een man met een gezin dat hem nodig had, en tóch koos hij ervoor om op te staan tegen onrecht.
Dirk was rayonleider binnen de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO) en actief binnen de Landelijke Knokploegen in Rotterdam. Als rayonleider droeg hij de verantwoordelijkheid voor de organisatie en veiligheid in zijn regio. Dat was een extreem risicovolle rol: rayonleiders waren vaak het eerste doelwit van de bezetter. Hij werkte onder de schuilnaam van Tol, waaronder hij betrokken was bij de illegale krant Trouw en onderdak bood aan onderduikers; jongens die gezocht werden door de S.D. en Franse krijgsgevangen. Na enkele dagen werden zij via verschillende contacten weggeholpen.
Voor Dirk was zijn geloof de drijfveer van zijn handelen. Het gebod “Gij zult God liefhebben boven alles en uw naaste als uzelf” was voor hem geen theorie, maar een opdracht om naar te leven. Veel van wat er in de oorlog gebeurde, stond daar haaks op: een regime dat mensen hun waardigheid ontnam, dat angst zaaide en dat gehoorzaamheid eiste aan een macht die zichzelf boven alles plaatste. Vanuit zijn gereformeerde overtuiging kon Van den Dool dat niet accepteren. Juist daarom voelde hij de plicht om in verzet te komen, uit trouw aan God én uit liefde voor zijn naaste.
Vanaf 1944 was Dirk in het dorp het aanspreekpunt voor de Binnenlandse Strijdkrachten. Hij vervulde een spilfunctie bij de verspreiding van de illegale krant Trouw, een taak die uiterste voorzichtigheid vroeg en die hem voortdurend in gevaar bracht. In de winter van 1944 werd hij verraden door één van de onderduikers die hij onder zijn bescherming had genomen, een gebeurtenis die zijn verzetswerk abrupt en tragisch tot stilstand bracht.
Op oudejaarsdag werd Dirk, samen met Cor Termorshuizen, en Jaap Hoogendoorn, gearresteerd en naar de gevangenis in Utrecht gebracht. Ondanks de zware omstandigheden wist hij, voordat hij op 5 februari 1945 naar Kamp Amersfoort werd overgebracht, nog een briefje naar zijn vrouw te smokkelen. Daarin vroeg hij niet alleen om brood, stroop, boter en oogdruppels. Hij schreef ook over het verraad dat hem had getroffen. Maar in plaats van op te roepen tot wraak, vroeg hij zijn vrouw en kinderen om de man die hem had verraden te vergeven, zoals hij dat zelf ook had gedaan. Het briefje laat zien hoe diep zijn geloof verankerd was in zijn handelen, zelfs in de donkerste omstandigheden.
Toen zijn vrouw dat briefje ontving, stapte zij samen met haar zoon Gert meteen op de fiets om de gevraagde spullen naar Utrecht te brengen. Maar ze kwamen te laat. Dirk was op dat moment al op weg naar Kamp Amersfoort, een dag die hij niet zou overleven. Na aankomst van de trein in Amersfoort werden de gevangenen te voet naar het kamp overgebracht. Tijdens die voettocht is Dirk door de Duitsers doodgeschoten. Achteraf gezien was het nog maar drie maanden voor de bevrijding; het zuiden van Nederland was zelfs al vrij.
Voor de Duitse bezetter was de spoorlijn van Amersfoort naar Zwolle en Apeldoorn van levensbelang om materieel naar Duitsland te vervoeren. Voor het verzet was het daarom cruciaal om die lijn te saboteren. Bij een van die sabotageacties kwamen twee SS’ers om het leven. Als vergelding voor deze en andere verzetsdaden besloten de Duitsers tot een executie. Op 5 februari 1945 werden achttien mannen, onder wie Dirk, samen met twee willekeurige voorbijgangers, gefusilleerd. Hun lichamen bleven een dag liggen, met een bordje erbij waarop stond: “terroristen en saboteurs”. Het was een poging om angst te zaaien, maar het tekent vooral de hardheid van de bezetter en de prijs die verzetsmensen betaalden voor hun overtuiging.
Voor zijn gezin brak na zijn arrestatie een tijd aan van angst en onzekerheid. Ze hebben hem nooit meer teruggezien. Pas veertien dagen na zijn dood bereikte het bericht zijn vrouw en kinderen, en pas ná de oorlog ontvingen zij een condoleancebrief van Koningin Wilhelmina. Die brief was een erkenning van het offer dat Dirk had gebracht. Het verlies was immens, en de oorlog liet diepe sporen na in het leven van zijn vrouw en kinderen.
Dirk werd uiteindelijk zonder kist begraven op de begraafplaats Oud-Leusden in Amersfoort. Later is hij herbegraven op de Gemeentelijke Begraafplaats Rusthof in Amersfoort.
En zo staan wij hier vandaag, vele jaren later, op een plek die Dirk zelf nooit heeft kunnen bereiken. Een plek waar zijn naam tot nu toe niet werd genoemd, waar zijn verhaal niet vanzelfsprekend werd doorverteld. Jarenlang was alleen dat ene huis in Amersfoort, met de woorden “Zij vielen ten offer aan de wraak, zij offerden zich op voor de vrijheid”, de stille getuige van zijn laatste momenten. Tot voor kort was dat de enige plaats waar zijn herinnering tastbaar was. Tot vandaag.
Met dit pad geven we zijn naam een plaats in Nieuwerkerk. We eren niet alleen de verzetsman, maar ook de echtgenoot, de vader, de gelovige man die in zijn laatste brief opriep tot vergeving. We eren het gezin dat hem nooit meer terugzag, maar zijn herinnering droeg door de donkerste jaren heen. En we eren de vrijheid waarvoor hij zijn leven gaf, een vrijheid die wij vandaag als vanzelfsprekend ervaren, maar die dat nooit mag worden.
Laat dit Van den Dool pad een uitnodiging zijn om te blijven lopen in zijn geest: met moed, met menselijkheid, en met de overtuiging dat vrijheid nooit zonder offers komt. Dat zijn naam hier klinkt, is niet alleen een eerbetoon aan hem, maar ook een opdracht aan ons …
Dat wij zijn verhaal blijven vertellen. Dat wij zijn voorbeeld blijven zien. En dat wij nooit vergeten waarvoor hij stond.