Het huidige laagste punt van Nederland is ontstaan bij de de drooglegging van de Zuidplaspolder in 1841. De Zuidplas was toen nog een meer dat ten westen van Gouda lag, van Waddinxveen in het noorden tot Nieuwerkerk aan den IJssel in het zuiden. Het meer ontstond doordat eeuwenlang veen werd gebaggerd. Dit veen werd gedroogd tot turf en gebruikt als brandstof.

Het huidige laagste punt van Nederland is ontstaan bij de de drooglegging van de Zuidplaspolder in 1841. De Zuidplas was toen nog een meer dat ten westen van Gouda lag, van Waddinxveen in het noorden tot Nieuwerkerk aan den IJssel in het zuiden. Het meer ontstond doordat eeuwenlang veen werd gebaggerd. Dit veen werd gedroogd tot turf en gebruikt als brandstof.

Hoogte door de jaren heen

De bodemhoogte van het meer lag destijds 5,9 meter beneden de gemiddelde waterhoogte van de Noordzee. Enkele plaatsnamen in dit poldergebied verwijzen naar de veenwinning in het verleden: Waddinxveen, Moordrecht en Moerkapelle. In 1995 zijn door de Meetkundige Dienst van Rijkswaterstaat de plaats en hoogte van het laagste punt van Nederland opnieuw gemeten. Vanwege de voortdurende inklinking van de ondergrond is per 13 december 2004 een correctie van de gemeten hoogtes met 2 cm toegepast.

Ligging en huidige hoogte

Het laagste punt ligt op 51º 59' 13" noorderbreedte en 4º 38' 9 " oosterlengte en heeft een hoogte van 6,76 meter beneden het Normaal Amsterdams Peil (NAP. Dit NAP komt nagenoeg overeen met de gemiddelde waterhoogte van de Noordzee. Op de foto (d.d. 1 januari 2004) zijn de weilanden te zien waar het laagste punt ligt.

Hoogtecorrectie per 1 januari 2005

Op 29 juni 1995 stelde de Meetkundige Dienst van Rijkswaterstaat vast dat het laagste punt van Nederland ligt in de gemeente Nieuwerkerk aan den IJssel op -6,74 N.A.P. De peilgegevens voor heel Nederland worden weergegeven in een NAP-publicatie.

Correctie: 2 cm lager

Op 1 januari 2005 verscheen een nieuwe publicatie met de nieuwe hoogtegegevens ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil (NAP). Hierdoor is een correctie aangebracht in de bestaande gegevens, waardoor het laagste punt ongeveer 2 cm lager is komen te liggen. Als nieuwe hoogte geldt nu -6,76 N.A.P.

Rijkswaterstaat heeft op dit moment niet de intentie om eerder gedane uitspraken over het hoogste of laagste punt van Nederland te herzien. Het is ook niet te verwachten dat deze uitspraken moeten worden gewijzigd, omdat hoogtes in het westelijk deel van Nederland ongeveer 2 cm naar beneden zijn bijgesteld en er geen gebieden zijn waar grotere correcties zijn aangebracht. Het laagste punt blijft dan ook het laagste punt.

Vernieuwde NAP-publicatie

De officiële NAP-publicatie met de hoogtes van NAP-peilmerken is vernieuwd. Hierdoor kunnen gemeenten, waterschappen en andere gebruikers weer beschikken over voldoende uitgangspunten van kwaliteit voor de bepaling van hoogtes bij het waterbeheer en andere civieltechnische werken.

Onder het laagste punt verstaat Rijkswaterstaat een gebied van ongeveer 1 hectare dat, gemeten ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil, lager ligt dan enig ander maaiveld in Nederland. Door (menselijke) bouwactiviteiten, bodembewegingen, veranderingen van de grondwaterstand en inklinken van de bodem veranderen de maaiveldhoogten in Nederland voortdurend. Het is dus afwachten hoe lang het huidige laagste punt van Nederland deze titel nog mag blijven dragen.

Peilmerken: wat zijn dat?

Hoogtegegevens worden in Nederland weergegeven ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil (NAP). Hiervoor publiceert de Adviesdienst voor Geo-Informatie en ICT (AGI) van Rijkswaterstaat gegevens over zogenaamde 'peilmerken'. Dit zijn punten waarvan de hoogte bekend is ten opzichte van het NAP, en die worden gebruikt als uitgangspunt om waterstanden en hoogtes van objecten te bepalen. Hoogtes van peilmerken worden bepaald ten opzichte van stabiel veronderstelde ondergrondse merken.

Mogelijke afwijkingen

Uit metingen is gebleken dat de hoogtes van deze ondergrondse merken kunnen afwijken van de werkelijke hoogtes. Om ook in de toekomst met bruikbare gegevens te kunnen werken, is het noodzakelijk dat correcties worden aangebracht aan de hoogtes van ondergrondse merken. Dit had tot gevolg dat op 1 januari 2005 een nieuwe NAP-publicatie is uitgebracht met daarin de nieuwe hoogtes van peilmerken.

Meer weten?

Op de website van Rijkswaterstaat kunt u meer informatie vinden. Daarnaast treft u op de websitepagina een link aan naar de brochure 'Een nieuwe NAP-publicatie'. Hierin staat veel informatie over de vaststelling van de nieuwe NAP-gegevens. De brochure is uitgebracht door de Adviesdienst Geo-informatie en ICT. De adviesdienst van Rijkswaterstaat is het kennis- en dienstencentrum van het ministerie van Verkeer en waterstaat voor geo-informatievoorziening en informatie- en communicatietechnologie. Het NAP-loket is telefonisch bereikbaar via het telefoonnummer (015) 275 7744.