Wat is de Algemene Plaatselijke Verordening, APV

De Algemene plaatselijke verordening, afgekort APV, is een verzameling van regels die door elke gemeente in Nederland afzonderlijk wordt opgesteld. 

De APV van Zuidplas bestaat uit diverse regels die gelden voor het gehele grondgebied van de gemeente en heeft als doel Zuidplas netjes en leefbaar te houden. Er staat bijvoorbeeld in dat u hondenpoep moet opruimen en dat u voor een terras een vergunning nodig heeft. De APV kent dus voor veel onderwerpen allerlei regels.

De APV wordt ook wel omschreven als een soort "vangnet voor alle regels die niet ergens anders geregeld zijn". De regels die opgenomen zijn in de APV, zijn vaak een aanvulling op landelijke regels, die vastgelegd zijn in wetgeving.

Overzicht uit de APV

Hieronder een selectie van onderwerpen uit de Algemene plaatselijke verordening Zuidplas. Voor de complete wettelijk vastgestelde Algemene Plaatselijke Verordening kijkt u op www.zoekdienst.overheid.nl.

Evenementen, artikel 2:24 definities

  1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor een publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
    • bioscoop- en theatervoorstellingen;
    • markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g , van de Gemeentewet en artikel 5:22;
    • kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
    • het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen;
    • betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
    • activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39;
    • sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen waaronder begrepen free fight, vale tudo, cage fight, kickboksen, MMA en al hun vergelijkbare varianten.
  2. Onder evenement wordt mede verstaan:
    • een herdenkingsplechtigheid;
    • een braderie;
    • een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3;
    • een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
    • een straatfeest of buurtbarbecue;
  3. In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij:
    • het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen;
    • de activiteiten plaatsvinden tussen 09:00 uur en 23:00 uur;
    • geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 09.00 uur of na 23.00 uur, dan wel in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 80 dB(A) op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden;
    • de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten;
    • slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 vierkante meter per object.

Evenementenvergunning, artikel 2:25

  1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren;
  2. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste 14 dagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester;
  3. De burgemeester stelt voor het indienen van een aanvraag voor een evenementenvergunning een aanvraagformulier vast;
  4. Voor het aanvragen van een vergunning voor een evenement dat geen klein evenement is in de zin van artikel 2:24, derde lid, geldt dat de aanvraag 13 weken voor aanvang van het evenement is ingediend;
  5. Risicoverhogende feiten of omstandigheden waarvan eerst na de aanvraag is gebleken, dienen door de aanvrager of vergunninghouder onverwijld aan de burgemeester te worden gemeld;
  6. De burgemeester kan plaatsen aanwijzen waar het aantal evenementen en de tijden waarop deze plaatsvinden, beperkt kan worden;
  7. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voorzover in het geregeld onderwerp wordt voorzien door artikel 10 en 148, van de Wegenverkeerswet 1994;
  8. De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid weigeren dan wel intrekken in het geval en onder voorwaarden bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;
  9. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Exploitatie openbare inrichting, artikel 2:28

  1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester;
  2. De burgemeester stelt voor het indienen van een aanvraag van een vergunning een aanvraagformulier vast;
  3. De burgemeester weigert de vergunning indien:
    • de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit, of;
  4. In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;
  5. Bij de toepassing van de in liet derde lid, onder a, genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie;
  6. Geen vergunning is vereist voor:
    • een openbare inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
    • een openbare inrichting in een zorginstelling of museum;
    • een openbare inrichting waarvan de exploitatie en openingstijden aansluiten bij winkelvoorzieningen en waar overwegend kleinere spijzen voor directe consumptie worden bereid en verstrekt en uitsluitend niet-alcoholhoudende dranken worden geschonken, zoals een koffie- en theeschenkerij, lunchroom, konditorei of ijssalon;
    • een openbare inrichting die zich bevindt in een bedrijfskantine of bedrijfsrestaurant;
    • een Bed&Breakfast voor maximaal vier personen, die niet toegankelijk is voor anderen dan de Bed&Breakfast gasten.
  7. De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid weigeren dan wel intrekken in het geval en onder voorwaarden bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;
  8. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Sluitingstijd, artikel 2:29

  1. Openbare inrichtingen zijn gesloten van maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 06.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 03.00 uur en 06.00 uur;
  2. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd;
  3. Het is de openbare inrichting verboden om op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 03.00 uur:
    • te schenken aan de in de openbare inrichting aanwezige bezoekers;
    • bezoekers toe te laten.
  4. De burgemeester kan:
    • ontheffing verlenen van de in het eerste lid genoemde sluitingstijden;
    • door middel van een vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare inrichting en/of een daartoe behorend terras.
  5. In afwijking van het eerste lid gelden voor openbare inrichtingen als bedoeld in artikel 2:28, zesde lid, onder a en c, en daartoe behorende terrassen de sluitingstijden van de Verordening winkeltijden Zuidplas 2014;
  6. Het in het eerste, tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.

Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen, artikel 2:72

  1. Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van het college;
  2. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving, artikel 5:13

  1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd;
  2. Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd;
  3. Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring gehouden wordt;
  4. Het verbod geldt niet voor:
    • instellingen die zijn vermeld op het landelijke collecte rooster van het Centraal Bureau Fondsenwerving en die geld of goederen inzamelen in de aan hen door het Centraal Bureau Fondsenwerving toegewezen periode en drie maanden voor de inzameling bij het college hebben gemeld dat van de toegewezen periode gebruik wordt gemaakt, en;
    • in de gemeente Zuidplas gevestigde verenigingen en stichtingen die krachtens hun statuten en activiteiten een doel nastreven dat van algemeen belang is, die geld of goederen inzamelen buiten de periodes die door het Centraal Bureau Fondswerving zijn toegewezen aan gecertificeerde instellingen, die voldoen aan de volgende voorwaarden:
      • De collectanten zijn onbezoldigd en worden, indien zij jonger zijn dan 16 jaar, begeleid door een volwassene;
      • De collectanten moeten tijdens het collecteren een door vereniging of stichting gewaarmerkt geldig legitimatiebewijs dragen waarop in ieder geval de naam en/of doel van de vereniging en stichting en de periode waarin wordt gecollecteerd staan vermeld;
      • De inzameling vindt niet plaats op maandag tot en met zaterdag voor 8.00 uur en na 21.00 uur;
      • Uiterlijk vier weken voor aanvang van de inzameling moet aan het college melding worden gedaan van de inzameling onder vermelding van de naam van de inzamelende instelling, naam contactpersoon, het doel waarvoor de opbrengst is bestemd, de plaats, datum en het tijdstip van de inzameling;
      • bij een inzameling van geld dient de collecteopbrengst binnen 14 dagen na afloop van de collecte, door middel van een door de leiding van de collecte ondertekende collectestaat, te worden verantwoord bij de gemeente;
      • bij inzameling van geld mag uitsluitend worden gecollecteerd met collectebussen die zijn verzegeld of met een sleutelslot of plombe zijn afgesloten en waarop duidelijk de naam en/of doel van de collecterende instelling staat vermeld.
  5. Het college kan binnen veertien dagen na ontvangst van de melding als bedoeld in het vierde lid, onder b, sub 5° de inzameling verbieden of aan de inzameling de voorwaarde verbinden dat die in een ander tijdvak of op een andere locatie plaatsvindt dan in de melding staat vermeld.

Incidentele festiviteit, artikel 3.79 VFLO

  1. Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden in het bebouwde gedeelte van de inrichting, waarvan ten hoogste 4 maal inclusief de buitenruimte, waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Activiteitenbesluit en artikel 3.80 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld;
  2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid van het Activiteitenbesluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. Hierbij geldt dat uiterlijk in 00.00 uur op zondag tot en met donderdag of 1.00 uur op vrijdag en zaterdag de lichten moeten zijn gedoofd;
  3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving;
  4. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats die op dat formulier is vermeld;
  5. De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat;
  6. De equivalente geluidsniveaus LAeq en LCeq veroorzaakt door de inrichting, bedragen niet meer dan 65 dB(A) en 80 dB(C) in de dagperiode, 60 dB(A) en 75 dB(C) in de avondperiode en 55 dB(A) en 70 dB(C) in de nachtperiode, gemeten op de gevel van gevoelige gebouw op een hoogte van 1,5 meter;
  7. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het, in het bebouwde gedeelte van de inrichting, ten gehore brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Activiteitenbesluit – uiterlijk 00.00 uur op zondag tot en met donderdag en 1.00 uur op vrijdag en zaterdag beëindigd;
  8. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het, op het buitenterrein van de inrichting, ten gehore brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Activiteitenbesluit – uiterlijk om 00.00 uur beëindigd;
  9. De geluidswaarden als bedoeld in het zesde lid zijn inclusief onversterkte muziek. De toeslag voor muziekgeluid van 10 dB(A) en de bedrijfsduurcorrectie wordt hierbij buiten beschouwing gelaten;
  10. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid in het bebouwde gedeelte van de inrichting blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

Geluidhinder door geluidsapparaat, machine of handelingen in de openlucht, artikel 3.81 VFLO

  1. Het is verboden buiten een inrichting toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt;
  2. Het college kan voor het afwijken van het verbod een omgevingsvergunning verlenen;
  3. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Omgevingsverordening Zuid-Holland;
  4. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing op dit artikel.