Instrumenten van de raad

De raad heeft een aantal instrumenten om zijn invloed aan te wenden. De belangrijkste hiervan zijn:

Agendering

Een raadslid kan een voorstel doen om een onderwerp te agenderen of juist van de agenda af te voeren. Er zijn verschillende manieren om dat te doen. Een raadslid kan bij de vaststelling van de agenda van een vergadering een onderwerp agenderen. In de regel zal het aangevraagde onderwerp geagendeerd worden voor de eerstvolgende vergadering. Dit betreft zowel de raadsvergadering als een vergadering van een programmacommissie. Het is ook mogelijk dat een raadslid of een fractie via het presidium het verzoek doet om een onderwerp te agenderen. Het verzoek wordt dan bij het presidium ingediend. De vergaderdata van het presidium staan op het vergaderschema dat in oktober voor het volgende kalenderjaar verschijnt.

Zijn er spoedeisende gevallen, dan kan de voorzitter in overleg met het presidium tot uiterlijk 48 uur voor het begin van de vergadering een aanvullende agenda opstellen.

Amendement

Een amendement is een voorstel tot wijziging van een voorgesteld besluit (bijvoorbeeld een verordening of de begroting). Er moet dus concreet worden aangegeven wat er in het voorstel veranderd moet worden. Voorbeeld: in artikel X van verordening Y wordt 'drie dagen' gewijzigd in 'een week. Of 'bepaling P' wordt geschrapt, daarvoor in de plaats komt 'bepaling Q'.

Format - amendement (Word, 17 kB)

Inlichtingen

Een raadslid kan vragen om inlichtingen over het door het college of collegelid gevoerde bestuur (artikel 155, eerste lid en artikel 169 Gemeentewet; artikel 42 Reglement van orde gemeenteraad). Het verzoek moet via de griffier digitaal worden ingediend bij de burgemeester of het college en een afschrift wordt gestuurd aan de raad. In de eerstvolgende vergadering worden de inlichtingen mondeling of schriftelijk gegeven. De vragen en de beantwoording zijn een apart agendapunt tijdens de vergadering.

Initiatiefvoorstel

Raadsleden kunnen zelf een initiatiefvoorstel indienen bij de raad (artikel 147a Gemeentewet; artikel 37 Reglement van orde gemeenteraad). Een initiatiefvoorstel moet digitaal bij de voorzitter worden ingediend. Het voorstel wordt op de agenda van de eerstvolgende vergadering geplaatst, tenzij de oproep al verzonden is. De raad beslist of het voorstel behandeld wordt. Wordt het voorstel behandeld, dan vindt behandeling van het voorstel plaats nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen zijn behandeld.

Voor een initiatiefvoorstel wordt het format van een raadsvoorstel gebruikt. Voor dat format kunnen de raadsleden contact opnemen met de griffie via griffie@zuidplas.nl.

Interpellatie

Een raadslid kan vragen om interpellatie tijdens de raadsvergadering (artikel 155, tweede lid, Gemeentewet; artikel 39 Reglement van orde gemeenteraad). Het verzoek hiervoor moet tenminste 48 uur (behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen) voor de aanvang van de vergadering digitaal via de griffier bij de voorzitter worden ingediend. Het verzoek geeft een duidelijke omschrijving van het onderwerp en de te stellen vragen. De voorzitter meldt het veroek aan het college en aan de raad. Het verzoek tot agendering komt aan de orde bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering.

Motie

Een motie kan gaan over een onderwerp dat op de agenda staat, maar ook over een niet geagendeerd onderwerp (zie artikel 35, vierde lid, Reglement van orde gemeenteraad). Dan spreken we van een motie vreemd aan de orde van de dag. Deze moties worden daadwerkelijk ingediend bij de vaststelling van de agenda, maar formeel uiterlijk om 12:00 uur op de dag voorafgaande aan de dag van de raadsvergadering bij de voorzitter. De moties worden digitaal ingediend bij de voorzitter via de griffier. Behandeling vindt in de regel plaats wanneer de overige onderwerpen behandeld zijn. Is er sprake van een spoedeisend belang, dan kan van de termijn van 12:00 uur op de dag voorafgaande aan de dag van de raadsvergadering afgeweken worden. De voorzitter bepaalt of het onderwerp van de motie een spoedeisend belang heeft.

Format - motie (Word 15 kB).

Motie over een niet-geagendeerd onderwerp

Een motie kan gaan over een onderwerp dat op de agenda van de gemeenteraad staat, maar ook over een niet geagendeerd onderwerp (zie artikel 35, vierde lid, Reglement van orde gemeenteraad). Dan spreken we van een motie vreemd aan de orde van de dag. Deze moties worden daadwerkelijk ingediend bij de vaststelling van de agenda. Maar vooruitlopend daarop wordt een motie vreemd aan de orde van de dag bij de voorzitter van de raad aangeleverd via de griffie. Dit gebeurt digitaal. In de vergadering vindt de behandeling van een dergelijke motie dan plaats wanneer de overige onderwerpen behandeld zijn. Van de termijn van 12.00 uur op de dag, voor de dag van de raadsvergadering, kan afgeweken worden wanneer er sprake is van een spoedeisend belang. Of dat laatste het geval is, bepaalt de voorzitter van de raad.

Format - motie (Word 15 kB).

Onderzoek

De raad kan onderzoek doen naar het door het college of de burgemeester gevoerde bestuur.( Artikel 155a Gemeentewet). De raad stelt hiervoor een onderzoekscommissie in. De raad benoemt de voorzitter en de leden van de commissie uit zijn midden. De raad kan bepalen binnen welke termijn de commissie haar bevindingen en conclusies aan de raad rapporteert.

Voordat de gemeenteraad een onderzoek kan instellen, moet hij een verordening vaststellen. Dat is gebeurd in 2010: Verordening op het onderzoeksrecht van de raad 2010 (pdf, 216 kB).

Schriftelijke vragen

Op grond van artikel 40 van het Reglement van orde gemeenteraad heeft ieder raadslid het recht schriftelijke vragen te stellen aan het college van burgemeester en wethouders. Meestal gebeurt dit naar aanleiding van actuele gebeurtenissen of berichten in de media. De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd en eventueel voorzien van een inleiding of toelichting. De vragen worden formeel ingediend bij de voorzitter van de raad, maar feitelijk ingeleverd bij de griffie (digitaal). Het raadslid geeft bij de indiening tevens aan of  er schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd.

Schriftelijke vragen worden volgens het Reglement van orde gemeenteraad binnen 30 dagen (over het algemeen) schriftelijk beantwoord. De antwoorden worden direct na vaststelling door het college (via de griffie) aan het raadslid toegezonden en op de website geplaatst (lijst van ingekomen stukken). Het raadslid kan in de eerstvolgende raadsvergadering eventueel nadere inlichtingen vragen (artikel 40, vijfde lid, Reglement van orde gemeenteraad).

Format - schriftelijke vraag (Word, 16 kB).

Technische vragen

Voorafgaande aan een raadsvergadering of vergadering van een programmacommissie kunnen raadsleden of commissieleden (wat betreft een vergadering van een programmacommissie) technische vragen stellen ter verduidelijking van de voorliggende stukken. (Zie artikel 10 Reglement van orde gemeenteraad en artikel 7 Regeling programmacommissies.) De vragen kunnen worden ingediend uiterlijk vier werkdagen voor de betreffende vergadering. Uiterlijk op de dag voor de dag van de vergadering ontvangen de raadsleden dan wel commissieleden de beantwoording. Meestal wordt ernaar gestreefd de beantwoording eerder te versturen.

De vragen worden digitaal ingediend; de vorm waarin dit gebeurt, is vrij.

Vragenkwartier

Los van de formele vragen zoals hierboven genoemd, kan een raadslid ook met betrekking tot de actualiteit middels het vragenkwartier vragen aan het college stellen (artikel 41 Reglement van orde gemeenteraad). De vragen moeten uiterlijk 15.00 uur op de dag voorafgaand aan de raadsvergadering digitaal via de griffier bij de voorzitter zijn ingediend. De voorzitter kan aangeven dat de vragen niet behandeld worden (artikel 41, tweede lid, Reglement van orde gemeenteraad).

Het indienen van deze vragen is op zich vormvrij. Wel is er een Format - vragenkwartier (Word 14 kB) beschikbaar.

Pagina opties

Wat vindt u van deze pagina?